Het is inmiddels een vertrouwd concept; architecten, ontwerpers en beeldend kunstenaars die een stoel ontwerpen. Als statement is de stoel sneller en goedkoper gemaakt dan een gebouw; als communicatiemiddel vaak toegankelijker en doeltreffender dan een manifest. De wijze waarop de mens zich tot het zitten verhoudt, verandert. Maar de stoel dient altijd hetzelfde doel: de mogelijkheid om te zitten. Het Everzwijn stoeltje van Willem Penaat, Marcel Breuer's Wassily, Friso Kramer's Revolt en de Strokenstoel van Gijs bakker - Van Rooy licht ze ieder op hun eigen wijze uit en plaatst ze in hun culturele context.
Hij heeft zijn grootvader, de architect H.P. Berlage, als referentiepunt en rode draad genomen. Met veel anekdotes en oorspronkelijke citaten behandelt Van Rooy ruim een eeuw van markante stoelontwerpen, van de stoelen van Berlage zelf tot De Nieuwe Berlage van Henk Stallinga. Het is een boek dat laat zien waarom de stoel zo betekenisvol is. De mens en zijn stoel kent vele verhalen.
'Als geen ander meubel is de stoel voor en door de menselijke maat gemaakt. Met leuningen voor armen, benen die wij poten noemen, een rug en een zitvlak komt hij de menselijke figuur het meest nabij. Kijk naar een stoel en je ziet een mens zitten. Ook in letterlijke zin staat het zitmeubel van alle meubelstukken het dichtst bij ons, we voelen hem met ons lichaam, beleven zijn karakter, ondergaan zijn eigenschappen', aldus Max van Rooy.